13 vragen over voetklachten
Een mens legt gedurende zijn leven al lopend
gemiddeld 185.000 kilometer af. Dat is viermaal de wereld rond! Logisch
dat onze voeten met het ouder worden een beetje beginnen te piepen en te
kraken. Gelukkig zijn voetklachten vaak prima te verhelpen én te
voorkomen.
1.
Hoeveel mensen hebben voetklachten?
Volgens de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten
krijgt 57 procent van de Nederlanders tijdens zijn leven een of meerdere
keren last van voetproblemen. Omdat we gemiddeld steeds ouder worden en
langer actief blijven, stijgt het aantal voetklachten op oudere
leeftijd.
2.
Wat zijn de oorzaken van de problemen bij 50-plussers? En welke klachten
horen erbij?
• Slappere spieren en pezen. De 107 gewrichtsbanden en
19 spieren en pezen in de voeten worden in de loop van ons leven wat
slapper. Ze moeten dan harder werken om het lichaam in balans te houden,
wat een vermoeid gevoel kan geven.
• Te krap schoeisel. Hoe meer de boel uitrekt, hoe meer
ruimte er tussen de 26 voetbotjes ontstaat. De voet wordt wat langer en
vooral breder, ook wel een ‘doorgezakte voet’ genoemd. Schoenen die
altijd prima pasten, komen opeens (te) strak te zitten. Gevolg:
pijnlijke, branderige en vermoeide voeten, overmatige eeltvorming,
likdoorns, ingroeiende teennagels of knobbels aan de grote tenen.
• Dunnere vetkussentjes. De vetkussentjes onder de bal
van de voet en de hiel worden met het ouder worden bovendien dunner,
soms met pijnklachten tot gevolg. Mensen hebben dan het gevoel dat ze op
steentjes of direct op hun botjes lopen.
• Slijtage kraakbeen. Het kraakbeen tussen de
voetgewrichten slijt, waardoor eerder stijfheid, pijn en vergroeiingen
optreden.
• Afwijkende voetstand. Een verkeerd staande voet –
bijvoorbeeld te veel naar binnen of naar buiten – kan eveneens voor
overbelasting en pijn of zelfs een ontsteking zorgen. Soms ook voor
klachten in de enkel, knie, heupen, de rug of de nek.
• Verminderde doorbloeding. Minder bloedtoevoer in
benen en voeten zorgt voor een drogere huid en daarmee voor meer kans op
kloven (scheurtjes) en wondjes. Die genezen bovendien minder snel.
Hetzelfde geldt voor eventuele schimmelinfecties in de huid of de nagel.
3.
Wie loopt er extra risico?
• Diabetespatiënten hebben vaak slecht doorbloede
voeten, met alle gevolgen van dien (zie vraag 2). Bovendien
worden de zenuwen in hun voeten aangetast, waardoor ze pijn niet goed
meer voelen. Een onopgemerkt wondje kan zo makkelijk verergeren en
ontstoken raken. Vandaar dat diabetici dagelijks hun voeten moeten
controleren en eventueel laten verzorgen.
• Reumapatiënten hebben vaak pijn in een voet door
ontstekingen, vergroeiingen en standveranderingen. Een podotherapeut kan
speciale zooltjes maken om de druk op de voet te verlichten.
• Mensen met dementie lopen in een verwarde toestand
vaak heel veel, wat tot voetklachten kan leiden. Of ze zijn juist
bedlegerig, waardoor doorligplekken aan de hak kunnen ontstaan. Een
bijkomend probleem is dat demente patiënten niet altijd in staat zijn
pijn kenbaar te maken. Zo kunnen hun voetklachten soms onbehandeld
blijven of ongemerkt verergeren.
• Vrouwen hebben in het algemeen vier (!) keer zoveel
voetklachten als mannen. Dat komt vooral door de hoge hakken die zij
dragen. Hoe hoger de hak, hoe meer de botjes, spieren, banden en pezen
in de voorvoet en de tenen bij elkaar worden geduwd. Die extra druk kan
bijvoorbeeld de grote teen naar binnen buigen, met mogelijk pijn, een
ingroeiende teennagel of een teenknobbel (extra botvorming) tot gevolg.
De wrijving tussen de huid en schoen vergroot de kans op dik eelt en
likdoorns. Ook worden zenuwen afgekneld. Dat kan voor tintelingen of een
dof gevoel zorgen.
4.
Zijn hoge hakken helemaal uit den boze?
Zolang je ze af en toe een paar uur draagt, zijn hoge
hakken geen probleem. Maar liever niet te vaak.
5.
Wat is een ‘goed passende’ schoen?
Die is stevig – de zool moet soepel, maar niet dubbel
te vouwen zijn – en laat voldoende ruimte (een centimeter) voor de
tenen. Je hoort er als het ware mee te kunnen ‘pianospelen’ in je
schoen. Aan de zijkant, bij de kleine tenen, moet ook nog enige
speelruimte zijn. Zowel voor mannen als vrouwen geldt dat een hak van
maximaal drie centimeter het beste is. Verder is het belangrijk dat de
schoen goed aansluit op de wreef. Zo niet, dan gaat de voet schuiven en
moet je constant je spieren spannen om niet uit de schoen te slippen.
Dit alles geldt ook voor pantoffels. Koop schoenen altijd aan het eind
van de middag, als voeten op hun grootst zijn. In een speciaalzaak kunt
u zowel de lengte als de breedte van uw voet laten meten en daar de
juiste maat bij zoeken. Kies niet automatisch altijd voor dezelfde maat;
per fabrikant en model kan de omvang verschillen. Laat je niet
verleiden door het bekende verkooppraatje dat een strakke schoen wel
‘uitloopt’. Je voet vormt zich eerder naar je schoen dan
andersom.
6.
Je hoort nogal eens dat een kleine hak beter is dan helemaal geen hak.
Klopt dat?
Dat geldt vooral voor mensen met knie- of rugklachten.
Een kleine hak kan dan voor ontspanning en verlichting van de pijn
zorgen.
7.
Welke klachten kun je zelf behandelen en wanneer moet je professionele
hulp zoeken?
Eelt ontstaat als een natuurlijke reactie op overmatige
druk en wrijving op de huid. Een klein beetje eelt kun je zelf
voorzichtig met een schuurpapieren eeltvijl verwijderen. Haal niet te
veel weg en gebruik vooral geen ijzeren ‘rasp’. Daarmee beschadig je
de huid snel, met kans op wondjes en infectie. Voor alle andere
voetproblemen is het verstandig professionele hulp te zoeken. Dat geldt
ook voor likdoorns. Bij de drogist zijn diverse middeltjes tegen
likdoorns te krijgen, maar daarmee lukt het meestal niet de dieper
liggende ‘pit’ van de likdoorn te verwijderen en is de kans op het
beschadigen van gezonde huid groter.
8.
Kan het kwaad om lang met voetklachten door te lopen?
Gezonde voeten zijn essentieel om zelfstandig en mobiel
te blijven. Als er niets aan de oorzaak gedaan wordt, verergeren de
meeste voetproblemen. Een beetje eelt is niet erg, maar heel dik eelt
kan met staan en lopen extra druk geven en daarom pijnlijk worden.
Bovendien kan zich eronder vocht ophopen, met gevaar voor infectie. Ook
onbehandelde likdoorns kunnen gaan ontsteken. Standproblemen van de voet
hebben invloed op de houding van het hele lichaam en kunnen op den duur
ook op andere plekken (enkel, knie, rug, nek) klachten geven. In het
algemeen geldt: hoe langer je met pijn in de voet doorloopt, hoe meer
tijd het kost om te herstellen. Voor schimmelinfecties geldt bovendien
dat ze erg besmettelijk zijn. Je kunt ze gemakkelijk overdragen aan
bijvoorbeeld huisgenoten of mensen op de sportclub.
9.
Wanneer ga je naar een pedicure?
Met eeltproblemen (dik eelt, likdoorns), nagelproblemen
(ingroeiende teennagel, schimmelnagel) en huidproblemen (droge huid,
kloven, schimmel) kun je terecht bij een pedicure. Zij geeft ook advies
over bijvoorbeeld schoeisel, persoonlijke hygiëne en huidverzorging.
Sommige pedicures hebben een aantekening ‘voetverzorging bij
diabetici’ en/of ‘voetverzorging bij reumapatiënten’. Dat
betekent dat zij na hun mbo- opleiding bijscholing hebben gevolgd in die
onderwerpen. Er zijn ook speciale medisch pedicures. Die hebben een
bredere opleiding en kunnen alle risicovoeten (reuma, diabetes,
dementie, etc.) behandelen. Daarnaast meten zij bijvoorbeeld
nagelbeugeltjes (orthonyxie) aan om de vorm van een nagel aan te passen
en/of ingroeien te voorkomen. Pedicure is geen beschermd beroep. Dat
betekent dat iedereen zich zo mag noemen. Zo zijn er steeds meer
nagelstudio’s die pedicurebehandelingen aanbieden zonder dat ze
daarvoor geschoold zijn. Op de website www.provoet.nl vind
je een overzicht van de 13.500 pedicures die bij de
branchevereniging ProVoet zijn aangesloten. Zij hebben allemaal een
erkende opleiding tot pedicure gevolgd. Met voetproblemen zoals wondjes
die niet uit zichzelf genezen, infecties, vreemde verkleuringen,
chronische pijn en gevoelloosheid gaat je naar de huisarts. Die
verwijst je zo nodig door naar een podotherapeut.
10.
Wat doet een podotherapeut?
Een podotherapeut is een wettelijk erkende paramedicus
(iemand die op verwijzing van een arts werkt) met een hbo-opleiding. Hij
diagnosticeert en behandelt voetklachten (of klachten op andere plekken
in het lichaam) die het gevolg zijn van een niet goed staande voet.
Meestal gaat het om pijn- of vermoeidheidsklachten, vergroeiingen en/of
huid- en nagelaandoeningen. Ook diabetes- en reumapatiënten met
ernstige klachten komen bij een podotherapeut terecht. Een podotherapeut
heeft verschillende mogelijkheden om voetklachten te behandelen, zoals
het aanmeten van maatwerkzolen, siliconen teenstukjes of
nagelbeugeltjes. De taken van een podotherapeut en een medisch pedicure
overlappen deels. Als een probleem te gecompliceerd is voor een medisch
pedicure, komt een patiënt bij een podotherapeut terecht. Behalve dat
hij behandelt, geeft een podotherapeut ook advies over hoe klachten in
de toekomst te voorkomen, bijvoorbeeld door ander schoeisel te dragen.
Er zijn zo’n zeshonderd podotherapeuten in Nederland. Op www.podotherapie.nl,
de website van de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten, kun je
zoeken naar een praktijk bij jou in de buurt. Neem bij een
eerste bezoek altijd een paar veel gedragen schoenen mee. Dat helpt om
een goede diagnose te stellen.
11.
Wat zijn de nieuwste ontwikkelingen?
Steeds meer podotherapeuten gebruiken een digitaal
drukmeetsysteem om het looppatroon van een patiënt te analyseren. Zo
komen ze precies te weten waar het probleem zit en of inlegzolen de
juiste correctie geven. Een andere ontwikkeling is het ‘cad-cam-systeem’,
waarmee twee- of driedimensionale foto’s van de onderzijde van de voet
worden gemaakt. Aan de hand daarvan freest een computer vervolgens een
perfect op maat gemaakte inlegzool.
12.
Wordt een behandeling door een pedicure of podotherapeut door de
zorgverzekeraar vergoed?
Behandeling door een podotherapeut zit bij de meeste
verzekeraars in het aanvullende pakket. Sommige zorgverzekeraars
vergoeden een behandeling door een pedicure of podotherapeut bij
diabetespatiënten vanuit de basisverzekering, andere hebben het
opgenomen in hun aanvullende verzekering. Reumapatiënten moeten voor
vergoeding altijd aanspraak maken op een aanvullende verzekering.
Overige patiënten ontvangen geen enkele vergoeding voor een bezoek aan
een pedicure.
13.
Wat kunt je zelf doen om voetklachten te voorkomen?
• Draag passende schoenen met voldoende ruimte voor de
tenen en niet te hoge hakken.
• Knip teennagels recht en niet te kort af (ook geen
ronde hoekjes) ; dit voorkomt ingroei. Een echt nagelschaartje (in
plaats van een nagelknipper) laat minder haaltjes achter.
• Droog de voeten altijd goed af, vooral tussen de
tenen.
• Smeer je voeten regelmatig in met een voetencrème,
ter voorkoming van een droge huid, kloven en eelt.
• Beperk een voetbad tot vijf minuten. Blijft je
langer in het water, dan verweekt de huid, waardoor die extra kwetsbaar
wordt voor wondjes of infecties.
• Op blote voeten lopen is geen probleem zolang je
geen klachten hebt. Bij standproblemen is het beter om een stevige
schoen te dragen.
• Als je slippers draagt, moeten de spieren
in de voet hard werken om de slipper op z’n plek te houden. Bij
veelvuldig gebruik kan dat tot klachten leiden. Te kleine slippers
veroorzaken eelt onder op de hielen.
1.
Hoeveel mensen hebben voetklachten?
Volgens de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten
krijgt 57 procent van de Nederlanders tijdens zijn leven een of meerdere
keren last van voetproblemen. Omdat we gemiddeld steeds ouder worden en
langer actief blijven, stijgt het aantal voetklachten op oudere
leeftijd.
2.
Wat zijn de oorzaken van de problemen bij 50-plussers? En welke klachten
horen erbij?
• Slappere spieren en pezen. De 107 gewrichtsbanden en
19 spieren en pezen in de voeten worden in de loop van ons leven wat
slapper. Ze moeten dan harder werken om het lichaam in balans te houden,
wat een vermoeid gevoel kan geven.
• Te krap schoeisel. Hoe meer de boel uitrekt, hoe meer
ruimte er tussen de 26 voetbotjes ontstaat. De voet wordt wat langer en
vooral breder, ook wel een ‘doorgezakte voet’ genoemd. Schoenen die
altijd prima pasten, komen opeens (te) strak te zitten. Gevolg:
pijnlijke, branderige en vermoeide voeten, overmatige eeltvorming,
likdoorns, ingroeiende teennagels of knobbels aan de grote tenen.
• Dunnere vetkussentjes. De vetkussentjes onder de bal
van de voet en de hiel worden met het ouder worden bovendien dunner,
soms met pijnklachten tot gevolg. Mensen hebben dan het gevoel dat ze op
steentjes of direct op hun botjes lopen.
• Slijtage kraakbeen. Het kraakbeen tussen de
voetgewrichten slijt, waardoor eerder stijfheid, pijn en vergroeiingen
optreden.
• Afwijkende voetstand. Een verkeerd staande voet –
bijvoorbeeld te veel naar binnen of naar buiten – kan eveneens voor
overbelasting en pijn of zelfs een ontsteking zorgen. Soms ook voor
klachten in de enkel, knie, heupen, de rug of de nek.
• Verminderde doorbloeding. Minder bloedtoevoer in
benen en voeten zorgt voor een drogere huid en daarmee voor meer kans op
kloven (scheurtjes) en wondjes. Die genezen bovendien minder snel.
Hetzelfde geldt voor eventuele schimmelinfecties in de huid of de nagel.
3.
Wie loopt er extra risico?
• Diabetespatiënten hebben vaak slecht doorbloede
voeten, met alle gevolgen van dien (zie vraag 2). Bovendien
worden de zenuwen in hun voeten aangetast, waardoor ze pijn niet goed
meer voelen. Een onopgemerkt wondje kan zo makkelijk verergeren en
ontstoken raken. Vandaar dat diabetici dagelijks hun voeten moeten
controleren en eventueel laten verzorgen.
• Reumapatiënten hebben vaak pijn in een voet door
ontstekingen, vergroeiingen en standveranderingen. Een podotherapeut kan
speciale zooltjes maken om de druk op de voet te verlichten.
• Mensen met dementie lopen in een verwarde toestand
vaak heel veel, wat tot voetklachten kan leiden. Of ze zijn juist
bedlegerig, waardoor doorligplekken aan de hak kunnen ontstaan. Een
bijkomend probleem is dat demente patiënten niet altijd in staat zijn
pijn kenbaar te maken. Zo kunnen hun voetklachten soms onbehandeld
blijven of ongemerkt verergeren.
• Vrouwen hebben in het algemeen vier (!) keer zoveel
voetklachten als mannen. Dat komt vooral door de hoge hakken die zij
dragen. Hoe hoger de hak, hoe meer de botjes, spieren, banden en pezen
in de voorvoet en de tenen bij elkaar worden geduwd. Die extra druk kan
bijvoorbeeld de grote teen naar binnen buigen, met mogelijk pijn, een
ingroeiende teennagel of een teenknobbel (extra botvorming) tot gevolg.
De wrijving tussen de huid en schoen vergroot de kans op dik eelt en
likdoorns. Ook worden zenuwen afgekneld. Dat kan voor tintelingen of een
dof gevoel zorgen.
4.
Zijn hoge hakken helemaal uit den boze?
Zolang je ze af en toe een paar uur draagt, zijn hoge
hakken geen probleem. Maar liever niet te vaak.
5.
Wat is een ‘goed passende’ schoen?
Die is stevig – de zool moet soepel, maar niet dubbel
te vouwen zijn – en laat voldoende ruimte (een centimeter) voor de
tenen. Je hoort er als het ware mee te kunnen ‘pianospelen’ in je
schoen. Aan de zijkant, bij de kleine tenen, moet ook nog enige
speelruimte zijn. Zowel voor mannen als vrouwen geldt dat een hak van
maximaal drie centimeter het beste is. Verder is het belangrijk dat de
schoen goed aansluit op de wreef. Zo niet, dan gaat de voet schuiven en
moet je constant je spieren spannen om niet uit de schoen te slippen.
Dit alles geldt ook voor pantoffels. Koop schoenen altijd aan het eind
van de middag, als voeten op hun grootst zijn. In een speciaalzaak kunt
u zowel de lengte als de breedte van uw voet laten meten en daar de
juiste maat bij zoeken. Kies niet automatisch altijd voor dezelfde maat;
per fabrikant en model kan de omvang verschillen. Laat je niet
verleiden door het bekende verkooppraatje dat een strakke schoen wel
‘uitloopt’. Je voet vormt zich eerder naar je schoen dan
andersom.
6.
Je hoort nogal eens dat een kleine hak beter is dan helemaal geen hak.
Klopt dat?
Dat geldt vooral voor mensen met knie- of rugklachten.
Een kleine hak kan dan voor ontspanning en verlichting van de pijn
zorgen.
7.
Welke klachten kun je zelf behandelen en wanneer moet je professionele
hulp zoeken?
Eelt ontstaat als een natuurlijke reactie op overmatige
druk en wrijving op de huid. Een klein beetje eelt kun je zelf
voorzichtig met een schuurpapieren eeltvijl verwijderen. Haal niet te
veel weg en gebruik vooral geen ijzeren ‘rasp’. Daarmee beschadig je
de huid snel, met kans op wondjes en infectie. Voor alle andere
voetproblemen is het verstandig professionele hulp te zoeken. Dat geldt
ook voor likdoorns. Bij de drogist zijn diverse middeltjes tegen
likdoorns te krijgen, maar daarmee lukt het meestal niet de dieper
liggende ‘pit’ van de likdoorn te verwijderen en is de kans op het
beschadigen van gezonde huid groter.
8.
Kan het kwaad om lang met voetklachten door te lopen?
Gezonde voeten zijn essentieel om zelfstandig en mobiel
te blijven. Als er niets aan de oorzaak gedaan wordt, verergeren de
meeste voetproblemen. Een beetje eelt is niet erg, maar heel dik eelt
kan met staan en lopen extra druk geven en daarom pijnlijk worden.
Bovendien kan zich eronder vocht ophopen, met gevaar voor infectie. Ook
onbehandelde likdoorns kunnen gaan ontsteken. Standproblemen van de voet
hebben invloed op de houding van het hele lichaam en kunnen op den duur
ook op andere plekken (enkel, knie, rug, nek) klachten geven. In het
algemeen geldt: hoe langer je met pijn in de voet doorloopt, hoe meer
tijd het kost om te herstellen. Voor schimmelinfecties geldt bovendien
dat ze erg besmettelijk zijn. Je kunt ze gemakkelijk overdragen aan
bijvoorbeeld huisgenoten of mensen op de sportclub.
9.
Wanneer ga je naar een pedicure?
Met eeltproblemen (dik eelt, likdoorns), nagelproblemen
(ingroeiende teennagel, schimmelnagel) en huidproblemen (droge huid,
kloven, schimmel) kun je terecht bij een pedicure. Zij geeft ook advies
over bijvoorbeeld schoeisel, persoonlijke hygiëne en huidverzorging.
Sommige pedicures hebben een aantekening ‘voetverzorging bij
diabetici’ en/of ‘voetverzorging bij reumapatiënten’. Dat
betekent dat zij na hun mbo- opleiding bijscholing hebben gevolgd in die
onderwerpen. Er zijn ook speciale medisch pedicures. Die hebben een
bredere opleiding en kunnen alle risicovoeten (reuma, diabetes,
dementie, etc.) behandelen. Daarnaast meten zij bijvoorbeeld
nagelbeugeltjes (orthonyxie) aan om de vorm van een nagel aan te passen
en/of ingroeien te voorkomen. Pedicure is geen beschermd beroep. Dat
betekent dat iedereen zich zo mag noemen. Zo zijn er steeds meer
nagelstudio’s die pedicurebehandelingen aanbieden zonder dat ze
daarvoor geschoold zijn. Op de website www.provoet.nl vind
je een overzicht van de 13.500 pedicures die bij de
branchevereniging ProVoet zijn aangesloten. Zij hebben allemaal een
erkende opleiding tot pedicure gevolgd. Met voetproblemen zoals wondjes
die niet uit zichzelf genezen, infecties, vreemde verkleuringen,
chronische pijn en gevoelloosheid gaat je naar de huisarts. Die
verwijst je zo nodig door naar een podotherapeut.
10.
Wat doet een podotherapeut?
Een podotherapeut is een wettelijk erkende paramedicus
(iemand die op verwijzing van een arts werkt) met een hbo-opleiding. Hij
diagnosticeert en behandelt voetklachten (of klachten op andere plekken
in het lichaam) die het gevolg zijn van een niet goed staande voet.
Meestal gaat het om pijn- of vermoeidheidsklachten, vergroeiingen en/of
huid- en nagelaandoeningen. Ook diabetes- en reumapatiënten met
ernstige klachten komen bij een podotherapeut terecht. Een podotherapeut
heeft verschillende mogelijkheden om voetklachten te behandelen, zoals
het aanmeten van maatwerkzolen, siliconen teenstukjes of
nagelbeugeltjes. De taken van een podotherapeut en een medisch pedicure
overlappen deels. Als een probleem te gecompliceerd is voor een medisch
pedicure, komt een patiënt bij een podotherapeut terecht. Behalve dat
hij behandelt, geeft een podotherapeut ook advies over hoe klachten in
de toekomst te voorkomen, bijvoorbeeld door ander schoeisel te dragen.
Er zijn zo’n zeshonderd podotherapeuten in Nederland. Op www.podotherapie.nl,
de website van de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten, kun je
zoeken naar een praktijk bij jou in de buurt. Neem bij een
eerste bezoek altijd een paar veel gedragen schoenen mee. Dat helpt om
een goede diagnose te stellen.
11.
Wat zijn de nieuwste ontwikkelingen?
Steeds meer podotherapeuten gebruiken een digitaal
drukmeetsysteem om het looppatroon van een patiënt te analyseren. Zo
komen ze precies te weten waar het probleem zit en of inlegzolen de
juiste correctie geven. Een andere ontwikkeling is het ‘cad-cam-systeem’,
waarmee twee- of driedimensionale foto’s van de onderzijde van de voet
worden gemaakt. Aan de hand daarvan freest een computer vervolgens een
perfect op maat gemaakte inlegzool.
12.
Wordt een behandeling door een pedicure of podotherapeut door de
zorgverzekeraar vergoed?
Behandeling door een podotherapeut zit bij de meeste
verzekeraars in het aanvullende pakket. Sommige zorgverzekeraars
vergoeden een behandeling door een pedicure of podotherapeut bij
diabetespatiënten vanuit de basisverzekering, andere hebben het
opgenomen in hun aanvullende verzekering. Reumapatiënten moeten voor
vergoeding altijd aanspraak maken op een aanvullende verzekering.
Overige patiënten ontvangen geen enkele vergoeding voor een bezoek aan
een pedicure.
13.
Wat kunt je zelf doen om voetklachten te voorkomen?
• Draag passende schoenen met voldoende ruimte voor de
tenen en niet te hoge hakken.
• Knip teennagels recht en niet te kort af (ook geen
ronde hoekjes) ; dit voorkomt ingroei. Een echt nagelschaartje (in
plaats van een nagelknipper) laat minder haaltjes achter.
• Droog de voeten altijd goed af, vooral tussen de
tenen.
• Smeer je voeten regelmatig in met een voetencrème,
ter voorkoming van een droge huid, kloven en eelt.
• Beperk een voetbad tot vijf minuten. Blijft je
langer in het water, dan verweekt de huid, waardoor die extra kwetsbaar
wordt voor wondjes of infecties.
• Op blote voeten lopen is geen probleem zolang je
geen klachten hebt. Bij standproblemen is het beter om een stevige
schoen te dragen.
• Als je slippers draagt, moeten de spieren
in de voet hard werken om de slipper op z’n plek te houden. Bij
veelvuldig gebruik kan dat tot klachten leiden. Te kleine slippers
veroorzaken eelt onder op de hielen.