Professionals aan het woord: vitamine K voor zuigelingen

Artikelen over Gezondheid en voeding

Professionals aan het woord: vitamine K voor zuigelingen
met dank aan het vitamine informatiebureau
www.vitamine-info.nl

Sinds februari van dit jaar is een nieuw vitamine K-advies voor pasgeboren borstgevoede baby’s van kracht. De hoeveelheid vitamine K die dagelijks moet worden gegeven is nu 6 keer zo hoog. Hoe kan het dat we alle borstgevoede zuigelingen extra vitamine K moeten geven, terwijl er jaarlijks maar 5 deze hogere dosering nodig hebben? Wat is de mening van deskundigen? We gaan in op de implementatie van dit advies.

Wat is het nieuwe advies?

Zuigelingen krijgen in Nederland direct na de geboorte 1 mg vitamine K toegediend. Dit wordt gedaan om vroege en klassieke vitamine K-deficiëntiebloedingen te voorkomen bij kinderen met een verstoorde vetopname. Vanaf de achtste dag geven de ouders de pasgeboren baby dagelijks vitamine K-druppels. Dit ter voorkoming van zogenaamde late deficiëntiebloedingen. Uit onderzoek van onder meer Dr. Van Hasselt, kinderarts UMC Utrecht, blijkt dat deze dosering te laag was. In het nieuwe advies staat daarom dat de vitamine K-dosering vanaf dag 8 tot en met 12 weken na de geboorte voor alle borstgevoede zuigelingen is verhoogd van 25 naar 150 microgram per dag.

Waarom alle borstgevoede zuigelingen?

Het advies geldt voor ‘alle borstgevoede zuigelingen’ omdat de diagnostiek nog niet ver genoeg is ontwikkeld om de zuigelingen met een gestoorde vetopname vroegtijdig op te sporen. Late vitamine K-deficiëntiebloedingen kwamen vele malen vaker voor bij borstgevoede zuigelingen, dan bij flesgevoede zuigelingen. Er is hierover nog veel onduidelijk en er moet meer onderzoek worden gedaan. De volgende aspecten spelen mogelijk een rol:

1. De hogere dosis van 50 microgram vitamine K die flesgevoede baby’s gespreid over de dag krijgen;
2. Een betere biobeschikbaarheid van vitamine K uit de flesvoeding dan uit een supplement
(druppels). Mogelijk door de langere darmpassagetijd van flesvoeding of doordat het
supplement niet tegelijk met de voeding wordt ingenomen;
3. Een grotere aanmaak van vitamine K2 door bacteriën in de dikke darm bij flesgevoede zuigelingen vergeleken met borstgevoede zuigelingen, doordat de darmflora zich bij flesgevoede zuigelingen anders ontwikkelt.

Vitamine K-deficiëntiebloedingen:

  • Vroeg (eerste uren na de geboorte)
  • Klassiek (eerste week na de geboorte)
  • Laat (tussen de 2e en de 12e week)

 

Mirjam van den Heuvel, lactatiekundige:

‘Als lactatiekundige ben ik met name bezig met de praktische kant van het geven van borstvoeding. Het is mijn doel om borstvoeding geven zo makkelijk mogelijk te maken. Doorverwijzen naar een lactatiekundige kan veel problemen oplossen. Helaas hebben we als borstvoedingsorganisaties het budget en de middelen om borstvoeding te promoten. We doen keihard ons best. Helaas hebben we  geen reclamebureau, alleen maar twee borsten en daarmee moeten we het doen! Ik hoorde tijdens een congres, waar Suzan Tuinier van het Vitamine Informatie Bureau sprak over vitamine K, dat er een nieuw suppletieadvies is. Wat ik vooral merk in de praktijk is dat jonge ouders erg onzeker zijn. We weten allemaal dat borstvoeding het allerbeste is voor een baby. Maar zeker in het begin is goede begeleiding vaak nodig om het ook echt te laten lukken. De voordelen van borstvoeding en de positieve invloeden op de gezondheid zijn groot. Dat extra vitamines K nodig is om een aantal zuigelingen te beschermen, wil zeker niet zeggen dat borstvoeding onvolwaardig is. Het zou mooi zijn als we die vijf zuigelingen per jaar kunnen herkennen. Daar zou naar mijn idee veel meer onderzoek naar moeten worden gedaan.’

Dr. Van Hasselt, kinderarts metabole ziekten, UMC Utrecht

‘Voorheen werd gesteld dat 25 microgram vitamine K als aanvulling op borstvoeding voldoende was. Nu blijkt dat late vitamine K-deficiëntiebloedingen in Nederland net zo vaak voorkomen als in landen waar helemaal geen extra vitamine K wordt gegeven. Daarom is de dosering verhoogd naar 150 microgram.
Ik wil benadrukken dat er eigenlijk heel weinig verandert: 25 microgram is weinig en 150 microgram is ook weinig. Je geeft nog steeds elke dag een ‘klein beetje’ vitamine K. Het nieuwe advies biedt ouders met dezelfde inspanning (dagelijks 5 druppels) een veel betere bescherming. De Gezondheidsraad heeft de mogelijke negatieve effecten onderzocht van extra vitamine K. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat die er zijn.
Het vroegtijdig diagnosticeren van zuigelingen met een verstoorde vetopname blijkt lastig. Een van de redenen is dat de verstoorde vetabsorptie geleidelijk ontstaat. Klinisch zijn er soms aanwijzingen, maar deze zijn meestal mild en juist bij die milde gevallen treden de ernstigste bloedingen op. Vooralsnog is het geven van vitamine K aan alle zuigelingen de enige manier om specifieke groep zuigelingen te beschermen. Aangezien je als ouder niet weet of jouw kind een opnameprobleem heeft is het voor elke ouder belangrijk om vitamine K te geven.’

Prof. dr. Muskiet, lid Wetenschappelijke Advies Raad van het Vitamine Informatie Bureau

‘In borstvoeding zit niet veel vitamine K, waardoor borstgevoede kinderen risico lopen op bloedingen. Het is vanuit een evolutionair oogpunt niet voorstelbaar dat moeder natuur hier in gebreke zou zijn gebleven. Vermoedelijk zit er een verklaring in het verschil in de herkomst en de fysiologische rol van de twee vormen van vitamine K. Vitamine K is een in vet oplosbare vitamine, met twee hoofdvormen: vitamine K1 en vitamine K2. Vitamine K1 (phylloquinon) wordt door planten geproduceerd. Goede bronnen van vitamine K1 zijn groene bladgroenten en bepaalde plantaardige oliën. Supplementen bevatten meestal vitamine K1, maar tegenwoordig is eveneens vitamine K2 (vooral als MK-7) te koop in gespecialiseerde winkels, met name in Amerika. Vitamine K2 is de verzamelnaam voor een aantal verschillende menaquinonen (MKs) die door bepaalde bacteriën worden gesynthetiseerd. Waarschijnlijk vindt de synthese van vitamine K2 normaliter ook plaats door de bacteriën in onze dikke darm. Vitamine K2 in onze voeding komt vooral uit (deels) bacterieel gefermenteerde producten, zoals bepaalde kazen.
In het lichaam gaat vitamine K1 vooral naar de lever en blijft daar. Vitamine K2 gaat ook naar de lever maar gaat daarnaast circuleren. Derhalve bereikt vitamine K2  alle weefsels, waardoor het naast een rol in de stolling ook een rol kan gaan spelen in de vorming van bot en de bescherming tegen hart- en vaatziektes. De huidige opinie is dat vitamine K nagenoeg niet wordt getransporteerd van moeder naar kind, via de placenta. Het verschijnt daarnaast mondjesmaat in de melk. Mogelijk geldt dat vooral voor vitamine K1 en in mindere mate voor vitamine K2. De vraag is dan waarom we zo weinig vitamine K2 hebben. Een mogelijkheid is dat we vanwege onze huidige abnormale voedingsgewoontes een darmflora hebben die niet in staat is om veel vitamine K2 aan te maken. We eten te weinig vezels en te weinig groente. Doordat we door onze merkwaardige voeding niet de juiste bacteriën in onze darm aantrekken, zijn we waarschijnlijk afhankelijk geworden van vitamine K1.’

Bronnen:

Briefadvies over Vitamine K-suppletie bij zuigelingen, I 429/09/RW/db/862-B Publicatie nr. 2010/11
http://www.vitamine-info.nl
Hasselt, van P.M. Vitamin K prophylaxis revisited. Focus on risk factors, 2009