|
Dossier: Ziekte van Lyme
Bron: gezond NU mei 2007 zie ook www.gezondnu.nl
Artikel van arts Titi Koolsbergen, tekst Quirijn Metz met opmerkingen en
aanvullingen van Yvonne Verhaar,therapeut.
Natuurarts Titi Koolsbergen vermoedt bij een aantal
mensen met chronische vermoeidheid een verwaarloosde Lymebesmetting. Met
levendbloedanalyse ziet ze micro-organismen die met
standaard-laboratoriumonderzoek niet aantoonbaar zijn. Volgens
Koolsbergen lijken zij nog het meest op woedend prikkeldraad.
Parasieten
Ze zien eruit als bruin-zwarte spinnetjes en zijn tussen de
één en drie millimeter groot. Ze huizen in bossen, duinen, struiken en
hoog gras. En ze wachten geduldig tot er een mens of dier langskomt. Teken
zijn parasieten: ze bijten zich vast in de huid en zuigen zich vol met
bloed. Tien tot dertig procent is besmet met de bacterie Borrelia
burgdorferi. En dat is niet zo mooi, want die kan de ziekte
van Lyme veroorzaken en tot blijvende schade leiden: aandoeningen
van het zenuwstelsel, gewrichtsontstekingen, pijn, krachtsverlies en zelfs
hartfalen.
De eerste klachten ontstaan vaak drie dagen tot
drie weken na een tekenbeet. Rond de plek van de beet ontstaat dan
een rode, ringvormige huiduitslag. “Toch is dat lang niet altijd
zo”, zegt natuurarts Titi Koolsbergen van de Sint Janskliniek in
Den Bosch. “In minder dan de helft van de gevallen verschijnt er zo’n
rode kring of vlek. Die bewijst het contact met een besmette teek. Geen
kring of vlek wil niet zeggen dat alles oké is, je kunt wel degelijk besmet
zijn zonder huidverschijnsel.
“De ziekte van Lyme kent vele gezichten. Griepachtige
verschijnselen zoals koorts en opgezette lymfeklieren, pijn
in de spieren en gewrichten, en vaak ernstige hoofdpijn.
Later kan daar ernstige tot invaliderende vermoeidheid bijkomen. Het kan
heel goed zijn dat de klachten bij een aantal mensen met het
chronisch vermoeidheidssyndroom, CVS/ME, is ontstaan door een niet
onderkende – en dus niet behandelde – ziekte van Lyme.”
Koolsbergen vraagt mensen met ernstige vermoeidheid tegenwoordig standaard
of ze ooit door een teek gebeten zijn. Sommigen hebben geen idee, anderen
kunnen zich na diep graven iets dergelijks herinneren.
Gedaanteverandering
De diagnose van de ziekte van Lyme is niet eenvoudig. Veel
artsen kiezen voor een combinatie van bloedonderzoek, vragenlijsten en een
schatting van de kans op besmetting. De meest gebruikelijke test kijkt of er
antistoffen zijn aangemaakt tegen de Borrelia. Deze
test is niet erg gevoelig, stelt Koolsbergen. Dat
betekent volgens haar dat de test negatief kan uitvallen terwijl iemand wel
degelijk antistoffen heeft aangemaakt en dus wel degelijk de bacterie bij
zich heeft. En: dat iemand wel degelijk vage klachten kan hebben die door de
behandelaar als ‘stress’ worden geduid aangezien de test negatief is.
“Sommige mensen produceren weinig of tijdelijk zelfs geen
antistoffen. Dat komt doordat de Borrelia-bacterieën, waarvan er
meerdere zijn en er nog steeds nieuwe worden ontdekt, een meester zijn in
het veranderen van hun ‘celmake-up’. Als ze worden aangevallen door onze
afweer, kunnen ze hun immunologische kenmerken zo veranderen dat ze
tijdelijk niet langer door de immuuncompetente cellen worden herkend als
iets waartegen moet worden opgetreden. Ook is de Borrelia waarschijnlijk in
staat om, wanneer hij wordt aangevallen, intracellulair te gaan schuilen.
Vermoedelijk ook in de bloedcellen. Daarnaast stoot hij met name bij
een aanval met antibiotica waarschijnlijk ook nog eens zijn celwand, zeg
maar zijn jasje, af om zich te veranderen in een zogenoemde cystevorm.
Er moet dan een intracellulair werkend middel worden ingezet. Meestal zal
dit een antimalariamiddel zijn, dat vanwege de bijwerkingen
alleen niet te lang achter elkaar kan worden gebruikt.”
Koolsbergen zegt niet voor niets steeds ‘waarschijnlijk’. Berichten uit
het mondiale wetenschappelijke veld vertellen allemaal hetzelfde: de
Borrelia is in staat tot verandering….. Om die reden vindt zij het logisch
dat de niet erg gevoelige test geen antistof meet. En is het al even
begrijpelijk dat de patiënt, ondanks protocollaire behandeling volgens
Nederlands inzicht, geen baat ondervindt. De patiënt die een maand
na een kuur met het antibioticum doxycycline klachten heeft die hij niet had
vóór de tekenbeet, moet zeer serieus worden genomen.
Zeuren om een test
Ook in Nederland bestaan hooggevoelige testen met namen als
de PCR, Western Blot, Ecoline en FISH. Volgens
Koolsbergen moet een patiënt er over het algemeen echter om zeuren.
Waarom eigenlijk, vraagt zij zich af. “Je hebt absoluut het recht
om het bij klachten na een beet eenmalig goed te laten uitzoeken. Moet je
dan uitwijken naar Duitsland of Zwitserland, waar ze veel meer ervaring
hebben met Borreliose?”
“Ik heb in Bern een ‘mastercursus’ gevolgd bij dr. Laurence
Meer. Dat is niet zomaar iemand, zij is board member van de International
Lyme and Associated Diseases Society ofwel ILADS, de internationale
Lymevereniging. Ik liet mijn bloed via haar testen en bleek wel degelijk
antistoffen tegen de Borrelia te hebben aangemaakt, terwijl de Nederlandse
standaardtest negatief was.
Gelukkig is er eind vorig jaar voor huisartsen een nascholingsdag
geweest over Lyme, want persoonlijk vind ik dat je heel goed moet
kijken en luisteren naar een patiënt en moet uitgaan van Lyme wanneer na
een tekenbeet klachten beginnen of terugkomen: een groot aantal besmette
teken blijkt tevens nog andere bacteriën bij zich te dragen.
Bewezen zijn op dit moment Babesia, Bartonella en Ehrlychia.
Naar deze co-infecties wordt standaard al helemaal niet gekeken, omdat deze
bacteriën in het algemeen griepachtige verschijnselen geven. Maar dit hoeft
niet altijd het geval te zijn. Dus bij therapiefalen moet er zeker
ook gekeken worden naar co-infecties.”
Levendbloedanalyse
Titi Koolsbergen heeft zich de afgelopen jaren grondig verdiept in de ziekte
van Lyme. Ze bezoekt buitenlandse congressen, is lid van de
werkgroep Lyme van de natuurartsenvereniging ABNG-2000 en onderhoudt via
internet contacten met andere artsen en onderzoekers over de nieuwste
inzichten. Eén van die inzichten is dat de Borrelia ‘live’ in
het bloed te zien valt als er gebruik wordt gemaakt van bepaalde
visualisatietechnieken. Je kunt het bloed van de patiënt eerst
kweken en er dan fluoriserende antistof tegen de Borrelia aan toevoegen.
Zit er Borrelia in het bloed, dan verbinden zich de antistoffen met de
Borrelia. Zo kun je hem zichtbaar maken via een speciale microscoop. Deze
testmethode is zeer specifiek en wordt maar door enkele laboratoria
verricht, maar veel simpeler kan volgens Koolsbergen ook.
Zij analyseert bloed al jaren door gebruik te maken van donkerveld-
en fasecontrastmicroscopie.
“Het grote voordeel daarvan is dat het bloed niet hoeft
te worden gekleurd of gefixeerd. Immers, kleurtechnieken
doden alles wat leeft in het bloed. Mijn methode heet dan ook
levendbloedanalyse. Toepassers van deze techniek lijken allemaal hetzelfde
te zien, namelijk dat zich in het bloed van patiënten vele
micro-organismen bevinden, waarvan sommige alle kenmerken van een in leven
zijnde Borrelia vertonen. Ik heb lang getwijfeld of wat ik meende
te zien wel waar kon zijn. Immers, tijdens mijn artsenopleiding heb
ik nooit op deze manier leren kijken. Voor een groot deel zijn die
micro-organismen onherkenbaar en niet te duiden. Maar: voor een klein deel
zijn ze waarschijnlijk wel herkenbaar.
Het is in de ogen van Koolsbergen een schokkende ontdekking. Ze zag deze
structuren altijd al, maar dacht: dat kan niet. Zal wel iets anders zijn.
Woedend prikkeldraad, daar lijkt het nog het meest op. Of dit allemaal
Borrelia’s zijn of andere kurkentrekkerachtige familieleden?
Vooropgesteld: ze wil absoluut geen paniek zaaien. Er lopen
duizenden gezonde boswachters (die door hun beroep extra veel risico lopen
op een tekenbeet) rond met antistoffen tegen Borrelia maar zonder forse
klachten. Goed, een beetje reuma misschien. “Maar wat veroorzaakt
reuma? Of artrose, MS, Parkinson? Borrelia staat wereldwijd in het
verdachtenbankje. Bekend zijn malariaparasieten in de rode bloedcellen, maar
hoe zit dat met andere micro-organismen? Bedenk dat elk mens twee kilo aan
bacteriën in zich heeft. Het dilemma voor een adequate behandeling is
duidelijk; het is naïef om te denken dat we de laatste Borrelia uit het
lichaam kunnen krijgen. Het recidiveren van de klachten spreekt voor zich.
Streven naar evenwicht middels orthomoleculaire middelen, fytotherapie en
bioresonantie lijkt mij slimmer en beter.
Het belang van expertisecentra
De vraag is waarom er in Nederlandse ziekenhuizen nog nauwelijks
Lyme-specialisten zijn. Niemand wil of kan die vraag beantwoorden,
zo blijkt. Het ministerie voor Volksgezondheid weigert commentaar. De
Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen verwijst door naar de Orde van
Medisch Specialisten,die op haar beurt weer doorverwijst naar de Nederlandse
Vereniging voor Lyme Patiënten (NVLP). Daar noemen ze deze gang
van zaken ‘typerend’. De vereniging pleit voor het opzetten van
expertisecentra, omdat de ziekte aan meerdere medische vakgebieden
raakt. Bestuurslid Nel den Ouden: “Door samenwerking van verschillende
specialisten kan er meer kennis worden gedeeld. Er wordt steeds meer bekend
over Lyme, maar er is internationaal nog veel onderzoek nodig. De ziekte van
Lyme verdient in Nederland veel meer aandacht. Zowel van de overheid, de
wetenschap als de artsen.”
Uit een ledenraadpleging van de vereniging blijkt dat 57 procent
meent onvoldoende tot slecht behandeld te zijn door de huisarts.
Als patiënten van de huisarts niet tijdig een juiste diagnose en
behandeling krijgen, kan er volgens Den Ouden een ernstig complex
chronisch ziektebeeld ontstaan dat helaas vaak moeilijk behandelbaar is.
Veel patiënten hebben naar haar opvatting ook met specialisten geen goede
ervaringen. Van de leden van de vereniging heeft 75 procent meer dan twee
jaar chronische klachten en vijftig procent meer dan vijf jaar. “Als
vereniging worden wij overspoeld met vragen van mensen die van het
kastje naar de muur worden gestuurd, die tegenstrijdige berichten krijgen en
ten einde raad zijn. Zij voelen zich door huisartsen en specialisten vaak niet
serieus genomen. Dat we het over een relatief jong en complex
ziektebeeld hebben, mag voor medici geen excuus zijn om zich niet in het
ziektebeeld te verdiepen.”
De rol van de huisarts
Huisartsen hebben in 2005 bij ongeveer 17.000 Nederlanders de ziekte
van Lyme vastgesteld, vijfduizend meer dan in 2001 en bijna
drie keer zoveel als in 1994. Dat blijkt uit onderzoek van het
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Eind vorig jaar waarschuwde
insectendeskundige Willem Takken van de Wageningen Universiteit
zelfs voor een nationale ramp, nadat uit een landelijke studie naar teken en
tekenbeten naar voren was gekomen dat er veel meer geïnfecteerde teken zijn
dan tot nu toe werd gedacht. Voor zijn studie werden op 25 plekken in
Nederland maandelijks teken gevangen waarvan tien tot dertig procent besmet
was met de Borrelia-bacterie. Takken noemde dat aantal schokkend en waarschuwde
de overheid, die veel meer zou moeten gaan voorlichten
over de bescherming tegen tekenbeten.
Bestuurslid Nel den Ouden van de Nederlandse Vereniging voor Lyme Patiënten
sluit zich daarbij aan. “Preventie is zeer belangrijk. Lang niet alle
huisartsen melden de ziekte van Lyme, dus die 17.000 is mogelijk nog maar
het topje van de ijsberg. Wij pleiten dan ook voor een centrale
meldingsplicht. Huisartsen, de eerste schakel in de
gezondheidszorg, weten er nu helaas vaak nog te weinig van en hanteren een
richtlijn die lang niet in alle gevallen voldoet.Veel patiënten lopen rond
met klachten na een tekenbeet, maar krijgen toch niet de diagnose: ziekte
van Lyme.”
Advies: draag een geïmpregneerde broek
Insectendeskundige Willem Takken van de Wageningen Universiteit raadt
recreanten aan om in het bos speciale, met insecticide geïmpregneerde
broeken te dragen. Deze broeken houden zowel muggen als teken
tegen. Ze zijn geïmpregneerd met permethrine en kunnen tot
25 keer gewassen worden zonder effectverlies, zegt de fabrikant. Volgens
Takken mag je ze niet zelf impregneren. De broeken hebben een
antibacteriële werking, zijn sneldrogend en bieden uv-bescherming. Ze zijn
voor 74,95 euro verkrijgbaar bij Bever Zwerfsport. De kleur is
khaki. De kleding kan overigens nooit voor honderd procent bescherming
bieden tegen teken, benadrukt Mayra de Jong van Bever Zwerfsport. Controleer
uzelf en uw kinderen en huisdieren daarom regelmatig op teken. Ook
in uw eigen tuin kunt u een teek oplopen! Verwijder een teek altijd op de
juiste manier met behulp van een speciale tekenpincet.
Tekst Quirijn Metz
Opmerking Yvonne Verhaar:
Het juist verwijderen van een teek is essentieel. Nog
steeds zijn richtlijnen te vinden waarin wordt gesteld dat je eerst de teek
met alcohol zou moeten schoonmaken of verdoven FOUT!!!!
Hierdoor kan de teek juist de maaginhoud ledigen en komt de
bacterie vanuit de teek juist in het bloed (als de teek de bacterie bij zich
draagt ).
DE JUISTE MANIER:
De juiste manier is met een speciale tekentang,
verkrijgbaar bij apotheek en drogist, de teek te verwijderen door hem bij de
kop te pakken en langzaam van links naar rechts te draaien, zodat hij
loslaat. Daarna kun je het wondje desinfecteren.
|